Bosch Protocol Udenhout, 1369 - 1497

Uittreksel van het Bosch Protocol met betrekking tot Udenhout.
Overgenomen van de site
ADRIAEN SNOERMAN FONDS periode 1369-1497 (inventarisnummers 1175-1266)

Bewaarplaats: Stadsarchief in 's-Hertogenbosch, Bossche protocollen.
Indicering door: Ferdinand Smulders.
Het ADRIAEN SNOERMAN FONDS heeft weer overgenomen van zijn (hand)schriften in kopie aanwezig bij het Regionaal Archief Tilburg


Tip: Toets Ctrl F, en zoek op de tekst "48 buunder" en zie hoe de Strijthoeven in de jaren 1439 - 1492 verhuurd werd aan verschillende opeenvolgende generaties van de familie van den Amervoert.


opbouw beschrijving
inventarisnummer | folio | datum
Inhoud


1176 f.182v zaterdag na Philippus en Jacobus 1381
Jan Lysscap, zoon van wijlen Thomas Valant, verkoopt aan Jan Coninc:
Een huis, schuur, schaapskooi, hof en weiden (eeusel), daarbij gelegen, in Berkel neven Godevaert Vleminx;
9 lopense rogland en een vlashof in Berkel neven de "Garshof";
1 lopense rogland tegenover de vlashof aldaar;
6 lopense rogland "die Speelhoevel" met een "driessche" daarbij in Berkel;
2 stukken land, waarop 2 lopen rog gezaaid kan worden, in Berkel bij de kerk, aan de straat;
6 lopense rogland "die Venacker" met "die driessche" daaraan gelegen, in Berkel neven Godevaert Vleminx oostwaarts;
3 lopense rogland achter de kerk van Berkel vlak neven een erfenis van heer Willem Custer, priester;
3 lopense rogland in Berkel, over de "waterlaet" genaamd "die Moenne" neven erfgenamen van Engbrecht vanden Leempoel;
6 lopense rogland in Berkel aan deze kant van de waterloop "die Moenne", aan beide zijden van de gemene weg, tussen erfg. Eng. Van de Leempoel en Herman vanden Ham;
2 lopense rogland in Berkel tegen het eind van voornoemde 6 lopense tussen Wouter Boekellaer en de ergen. Van Eng. Van de Leempoel;
9 lopense rogland "die Vanderic" in Berkel tussen Steven vander Amervoert en Wouter Boekellaer;
5 lopense rogland "Bronckelbossche" in Berkel tussen Steven vander Amervoert en Gerit van Eersel;
2 lopense rogland in Berkel, langs de weg die van de kerk van Berkel loopt naar de Vanderic, tussen Diederic van Brakel aan beide zijden;
3 lopense rogland over "die Cromstraet" in Berkel tussen heer van Perweijs en Godevaert Vleminc;
3 lopense rogland, achter het huis van Bruijsten Palart van Berkel, tussen voorn. Bruijsten en heer Willem Custer;
6 lopense rogland in "die Wildebrake" in Berkel tussen Henrick Boef en Godevaert Vleminc;
2 stukken rogland, groot tezamen 7 lopense, in die "Langebrake" in Berkel tussen Jan Honyman en Godevaert Vleminc;
8 lopense akkerland "die Odevatrsacker" en 1 buunder heiland, daaraan liggende in Berkel, in die Langebrake tussen de Heer van Perweijs en Henrick Wolf;
9 buunder heiland in Westilborch tussen Ghijsbrecht Houtappel en Jacob Hessels Bruijstens suager;
1 ½ buunder heiland in Westilborch tussen Ghijsbrecht Houtappel en de gemeijnt, strekkende tot Jacob Coptiten;
(al deze erfenissen waren vroeger van Thomas Valant.
De laat is Jacob Horenstekel)
(lasten:
9 oude groten uit de 9 buunder hei;
9 penningen nieuwe cijns uit Odevartsacker;
1 ½ oude groite uit de 1 ½ buunder hei;
7 schillingen en 2 ½ penning aan het klooster van Bilsen)
Ghijsbrecht Lijsscap vernadert die stukken, maar draagt ze weer op aan Jan Coninc.


1176 f.223v daags na Michiel 1381
Cristina weduwe van Jan Coptiten, verpacht aan Hessel Wouter Doerman voor 1 mud rog: een stuk hei en een stuk beemd in Udenhout tussen Steven vander Amervoert en Hubrecht Piggen, (die stukken behoorden vroeger aan Frederik die Becker (pistor)).
(last: 2 oude groten hertogcijns)
Haar kinderen Jacob en Agnes en haar schoonzoon Gerit van Vladeracken beloven deze verpachting te waarborgen.
Hessel belooft aan Cristina 13 brabants dobbel te betalen half op Philippus en Jacobus e.k. en half op lichtmis d.a.v.


1176 f.323 H. Lambrecht 1383
Peter van Loen, snijder (=kleermaker) draagt op aan Godevaert Enghel Goden zoon: de helft van een stukje land in Udenhout tussen Jan vande Scoer en Elizabeth Beijs;
En het aan Berijs Piggen toekomende deel in een beemd bij Asscot neven Steven vander Amervoert;
Alsmede een pacht van 1 lopen rog, welke Kathelijn Jan Leijten soensdochter, weduwe van Berijs Piggen, beurde uit een akker in Tilborch tussen Claes Lebben en Willem Roekeloes
(voornoemde Kathelijn had dat alles verkocht aan Peter van Loen)

1179 f.239 donderdag na Pasen 1391
Claes van Baerle draagt op aan Willem Henrick Maessoen een pacht van 2 mud rog,. Welke Wouter Stevens vander Amervoert beloofd had aan Claes uit huis, hof en erfenissen in Berkel tussen Mette Bruijstens en de gemeijnt, strekkende van de gemeijnt tot heer Willem Coster, priester.

1179 f.360 donderdag na Oculi 1392
Engbrecht vanden Eijnde, man van Hilla dochter van Henrick Ghibboijen, verpacht aan Steven Stevens vander Amervoert 2 buunder beemd in gheen Gomelaer te Udenhout tussen Godevaert die Hoijer en Engbrecht vanden Eijnde, strekkende van voornoemde Engbrecht tot Jan van Haren voor 2 mud 3 zesteren rog.
Engbrecht en Steven zullen samen een sloot graven tussen die 2 buunder en het overige land van Engbrecht.
Steven moet die 2 buunder "beheijmen" aan de kant van Engbrechts land.
Steven belooft aan Engbrecht 22 hollandse gulden en 1.2 mud rog te betalen op lichtmis e.k.

1179 f.669 donderdag na beloken Pasen 1393
Hubrecht Witen verkoopt aan Laureijns Henrick Toyt Vannijnssoen een huis hof en erfenissen in Berkel tussen Mette Bruijstens en de gemeijnt, strekkende van de gemeijnt tot heer Willem die Custer, priester.
(Hubrecht Witen kocht dat huis enz. van Wouter Steven vander Amervoert)


1182 f.129 2 december 1400
Thomas Steven vanden Amervoert, man van Aleijt Engbrecht vanden Hezeacker geeft in erfpacht aan Ghijb Quappe ¼ deel (geëfd van Engbrecht vanden Hezeacker) en te erven van diens weduwe Geertruid, moeder van Aleijt) in een hoeve in Udenhout Cleppenscoer om 3 mud rogge Bossche maat op Lichtmis (en de lasten)

1185 f.41 1406/1407
Udenhout: het goed van wijlen Dirck Stercke van Breda (later van Steven vander Amervoert)

1185 f.137 21 mei 1407
Jacop Pauwels (vanden Aker) man van Margriet Henrick Bloijs en Henrick Willem vanden Borchacker, man van Yda dochter van wijlen Jut Henrix Bloijs, en Gielis Coptiten, man van Yda Henrix Bloijs
(Jacop en Henrick samen voor 2/3 en 2/3 van 1/3 deel; Gielis van 1/3 van 1/3 deel)
geven in erfpacht aan Peter Stevens vanden Amervoert en diens broer Meeus een hoeve (van wijlen Arnt van Bruheze) bij Creijtenmolen in Udenhout in de parochie Oisterwijk tussen vroeger Jan Papensoen; nu de erfgenamen Rijcout Borchgreve,
de H. Geest van Den Bosch en de Heer van Perweijs enerzijds en Peter Huben, Wouter Vrieze, en Peter vanden Schoer anderzijds;
2 buunder beems aldaar;
de helft van 7 buunder beemd in Leendonc in dat Harens Broec
(de andere helft is van de H. Geest van Den Bosch)
en hei in Venloen
behoudens voor Jacop en Henrick: die Gheselsche Beemt in Essche.
Om 9 ½ mud rog Bossche maat aan Jacop en Henrick en 1 ½ mud rog Bossche maat aan Gielis op lichtmis.
En de lasten: een hertogcijns;
Een cijns aan Tongerlo;
8 pond paijment aan O.L.V. altaar in de kerk van Essche
en grondcijns uit de hei)

Herman Jacop Pauwels ziet af van vernadering.
(21-5)

Peter en Meeus beloven aan H.W. vanden Borchacker 105 hollands gulden en 1 ½ mud rog te betalen half op lichtmis over een jaar en half op lichtmis over twee jaar.
(21-5)

H.W. vanden Borchacker belooft aan Jacop Pauwels, dat hij zal zorgen dat Henrick de Bloijs (zoon van wijlen Peter van Baest) zijn schoonbroer, deze erfpachtgeving goedkeurt.
(21-5)

1186 f.329v 13 februari 1410 n.st.
Jan, Gerit en Yda, kinderen van wijlen Gerit Boyter verkopen aan Thomas Stevens vander Amervoert een hoeve in Udenhout op Cleppenschoer (Gerit Boyter had die hoeve in erfpacht gekregen van mr. Henrick van Berkel);
Maar Gerit houdt aan zich: ¼ deel van 6 buunder beemd bij Cleppenschoer bij het broeck "die Strijthove"
(lasten:
o.a. 2/3 van 1 mud rog aan Jan Bont, schoonzoon van wijlen Gerit Boyter;
¾ van ½ mud rog aan Conrart Herman Coren)

1186 f.405v 5 juni 1410
Henrick Bloijs zoon van wijlen Peter van Baest verklaart aan Henrick Willems vanden Borchacker, dat hij goedkeurt de in erfpacht-geving door Henrick aan Meeus en Peter zonen van wijlen Steven vander Amervoer, van 1/3 deel van een hoeve (afkomstig van Jut vanden Aker) in Udenhout bij Creijtenmolen.


1189 f.165 4 juli 1415
Jacop Hessel Jacop Hessels heeft opgedragen aan Reijner Schaden:
Een hoeve in Udenhout tussen de gemeijnt en Eefs, weduwe van Henrick van Mierde, strekkende van de gemeijnt tot Arnt Moelneer;
Bouw en broekland aldaar tegenover de woning van wijlen Steven vander Amervoert
(Jacop had die hoeve in erfpacht van zijn vader Hessel Jacop Hessels)

1189 f.340 19 maart 1416 n.st.
Willem Steven Janss vander Amervoert heeft opgedragen aan zijn broer Thomas 2/7 deel (van Willem en zijn broer Goijart) in een hoeve onder Udenhout en Tilborg. Behalve land in Udenhout, dat Hessel Doerman verkregen had van de kinderen van Steven vander Amervoert.
(die hoeve was vroeger van Dirck Sterc van Breda)
(vroegere pachter was Jan van Eerssel)
(lasten:
een grondcijns;
2/7 van 15 mud rog uit de hele hoeve;
2 mud rog aan Goijart Stevens vander Amervoert)

1190 f.424v 16 juni 1418
Thomas Steven vander Amervoirt heeft opgedragen aan Wouter Janss vanden Loo 2/7 deel (afkomstig van Willem Stevens vander Amervoirt en Goijart Stevens vander Amervoirt) in een hoeve in Udenhout en Tilborg, behalve land in Udenhout, dat Hessel Doerman verkregen had van de kinderen van Steven vander Amervoirt.
(die hoeve was vroeger van Dirc Starc van Breda.
Een vroegere pachter was Jan van Eerssel)
(Thomas had 2/7 deel verkregen van zijn broer Willem)


1193 f.83 2 april 1422 n.st.
Jan, zoon van wijlen Marten Brock en wijlen Ermgart Willem vanden Grave (Sprang?) alias van Raemsdonc heeft opgedragen aan zijn broers Peter en Henrick en aan zijn schoonbroer Jan vander Amervoert alle goederen, geërfd van zijn ouders, broers en zuster (in Helvoirt en Udenhout)

1207 f. 301 31 juli 1437
Jonker Jan van Cortenbach, heer van Helmond, verpacht voor 6 jaar aan Meeus Stevens vander Amervoert en Jan Janss, die Cuper van Eerssel dat "Broec van Helmont" in Udenhout om 33 philipsschilden op St. Remeijs en met de last van 25 wilgepoten jaarlijks te planten.


1210 f.47v 10 maart 1440
Dirck die Lu, Henrick van Buedel en Meeus Stevens vander Amelvoert verhuren voor 12 jaar vanaf St. Remeijs l.l. aan Ghijsbrecht Dirx Kanssen(?), Peter Henrix Toijt, Laureijns Ghijsbrecht Piers, Peter Jan Zegers en Gerit Janss die Bont: een stuk beemd "die efterste strijthove" in Udenhout om 35 peters op St. Remeijs.
De huurders mogen alleen schaerhout kappen voor eigen gebruik. In het laatste jaar moet dat hout twee jaar oud zijn.


1210 f.129 29 december 1439
Jan Happart verhuurt voor 12 jaar vanaf St. Marten l.l. aan Henrick van Buedel en Meeus Stevens vander Amelvoirt:
48 buunder beemd "die Strijthoven" in Udenhout (afkomstig van Margriet Tays) om 113 peters op St. Marten.
De huurder kunnen schaerhout kappen; maar dat moet op het eind van de huur twee jaar oud zijn.

1210 f.129 18 februari 1440 n.st.
Henrick en Meeus geven 1/12 deel van die 48 buunder over aan Dirck die Lu.

1211 f.186 (1441)
Lambrecht Tielmans die Vet, Wouter Back, zoon van wijlen Jan Buckincx, Wijtman Peters van Herpt en Herman Wouter Beerthouts:
Hebben opgedragen aan Steven Meeus Meeus Stevenss vander Amelvoirt:
Een huis, erf, hof, land en wei, groot 24 lopensen in Udenhout, vroeger tussen Lijsbeth Stevens en een straat (Herman Tielmans die Vett had dat huis verkregen van Jan Tielmans die Vette;
Herman had al zijn goederen vermaakt aan zijn vrouw Peterken Jan Stert;
Peterken had alle goederen van Herman - behalve de door haar ingebrachte goederen - verkocht aan Lambert, Wouter, Wijtman en Herman.)

1213 f.154 9 november 1442
Jan Happart verhuurt voor 9 jaar vanaf St. Marten aan Henrick Jans van Buedel en Jan Meeus Stevens vander Amervoert 48 buunder beemd "die Strijthoeven" in Udenhout (Vroeger van Margriet Tays)
Om 100 peters op St. Marten
De huurders mogen alleen "schaerhout" kappen maar moeten zorgen dat het schaarhout op het eind van de huring twee jaar oud is.

1213 f.246 5 augustus 1443
Mr. Gerit Jacop van Vladeracken, doctor legum, Jan van Catwijc, man van Lijsbeth en mr. Goijart van Rode, man van Margriet,
dochters wijlen Willem van Oudenhoven en Cristijn Gerit van Vladeracken en Lijsbeth dochter van wijlen Jan Loijer X Gerborch Gerits van Vladeracken
En Aertken dochter van wijlen Engbrecht Jacop Aven soen X Lijsbeth Gerits van Vladeracken
Geven in erfpacht aan Meeuw Henrix Stevens (vander Amervoert) een huis, erf, schuur, hof en aangelag in Udenhout in die Zesshoeven tussen Meeus Henrix Stevens en Gerit Bey enerzijds en de erfgenamen van Henrick Emmen vanden Eijnde en de erfgenamen van Jan van Oekel anderzijds strekkende tot een straat,
Met recht om naar dat huis te wegen over andermans land,
Om 7 mud rog Bossche maat op Lichtmis aan Jan van Catwijck 1/7, mr. Goijart van Rode 1/7, Lijsbeth Jan Loijer 2/7 en Aertken 3/7
(en de lasten: overweg geven aan anderen;
4 ½ oude groten;
1 cijnshoen en 4 pond nieuw hertogcijns

1215 f.170 25 februari 1445 n.st.
Vrouwe Margriet, weduwe van heer Jan van Berlaer, heer van Helmond, en Roelof van Asten, verhuren voor 6 jaar vanaf St. Maarten l.l. aan Jan Janss die Cuper van Eersel en Jan en Meeus, zonen van wijlen Meeus Stevens vander Amervoert, een zekere beemd "dat Broec van Helmond" in Udenhout, tussen een steeg van Wouter Berthouts e.a. en een erf van Peter en Priem, zonen van wijlen Jan Vannij, strekkende van een straat tot Jan Gieliss van Heerlaer, om 41 philippus schilden (te betalen aan Margriet) op St. Maarten
(de verhuringsakte moet overhandigd worden aan de voornoemde Jan Meeus Stevens vander Amervoert)


1216 f.13 10 november 1445
Melis Aert Meliss, man van Yda Franck Toyt, heeft opgedragen aan Wouter Jan Wellens 1/6 deel en 1/5 van 1/6 deel in huis, erf, hof en aangelag in Udenhout, bij Kreijtenmolen tussen Herman Luer en de gemeijnt strekkende tot Claes Piggen; alsmede in bouwland aldaar

Reijner Peter Nouden ziet af van vernadering

1216 f.13 12 november 1445
Dirck Stevens vander Amervoer vernadert die delen.

1217 f.238 6 oktober 1446
Wouter Jan Wellens, man van Marie Frank Toijt, geeft in erfpacht aan Aert Stevens vander Amervoert: een huis, erf, hof en 3 ½ lopensen aangelag in Udenhout bij Kreijtenmolen;
En 3 lopense land aldaar, om 10 zesteren rog Bossche maat op lichtmis
(en de lasten: 1 ¼ oude grote grondcijns; 6 schillingen; een schilling en 4 lopen rog)

1219 f.44 7 maart 1449 n.st.
Wouter Wouter van Baex, man van joffr. Johanna dr. wijlen Henrick Heijm, heeft opgedragen aan Jan Jacops Luer een hoeve in Udenhout op Groetlaer;
een beemd in Leendonc, Helvoirt;
een heiveld "een heijhoeve" in Udenhout aan Roelkensdijc
(vroeger was dat alles van Henrick Heijm. Jan Jacops Luer was tot nu toe pachter),
en een pacht van 1 1/2 mud rog op lichtmis uit huis, erf, hof, aangelag en land in Udenhout (Henrick Heijme had die pacht verkregen van Gerit Geronx vander Hazeldonc)
(last: 4 1/2 mud rog aan Aert Coelborne)

Heijmerick vander Amelsvoert ziet af van vernadering.

1220 f.272 18 december 1449
Jan Meeus Stevens vander Amervoert verhuurt voor 6 jaar vanaf St. Marten over een jaar aan Jan die Bont, Steven Meeus (Van Amervoert) en Jan Jacop Goijarts de tweede hoeve in die Strijthoeve in Udehout om 46 peters te betalen half op St. Andries en half op Pasen.
Het hakhout moet na zes jaar een jaar oud zijn. Ze moeten een sloot en wal graven.

1220 f. 272 18 december 1449
Danyel Pijers, Berthout Wouter Berthouts, en Claes Janss van Vucht beloven samen aan Jan Meeus Stevens vander Amervoert gedurende 6 jaar te betalen vanaf St. Marten over een jaar jaarlijks te betalen 46 peters half op St. Andries, half op Pasen
(blijkbaar van de huring van één der Strijdhoeven!)
Ze moeten de sloot opgraven.

1220 f.285 3 februari 1450 n.st.
Jan Meeus Stevens soen verhuurt voor 6 jaar vanaf St. Maarten over een jaar aan Meeus Henrick Stevens, Peter en Claes, zonen van wijlen Jan Zegers, en Aert Janss Langerbeen:
den eftersten camp in die Strijthoeven (groot 12 buunder) in Udenhout om 35 peters, te betalen half op St. Andries, half op pasen.
Het elzenhout moet op het eind van de huur een jaar oud zijn.


1227 f.318 9 november 1456
Aleijt, weduwe van Hubrecht Wijtman Huben soen geeft aan haar kinderen Ghijsbert, Aert, Wijtman, Jan, Lijsbeth en Mechtelt haar tocht in een hoeve in Udenhout bij dat Cleppenschoer
(Hubrecht Wijtman Hubensoen had die hoeve verkregen van Thomas Stevens vander Amervoert)
behalve 2 buunder land, die Hubrecht te pacht gegeven had aan Jan Janss die Meijer om 2 mud rog.

Ghijsbert, Aert, Wijtman en Jan en Henrick Gerit Guetraet, man van Lijsbeth, en Jacop nat. zoon van wijlen heer Pauwels Borcharts priester man van Mechtelt,
hebben die hoeve (min 2 buunder) en een pacht van 2 mud rog opgedragen aan Geertruijt, weduwe van Jan Janss die Meijer voornoemd
(lasten: gebuurcijns in Tilborch, 9 cruijskens mottoen
20 schillingen paijment
4 mud rog aan Herman Corstiaen Coenen;
2 mud rog aan Willem die Zegher;
1 mud rog aan Goijart Cleijnael;
1 mud rog aan Henricx soen;
1/2 mud rog aan Groot Ziekengasthuis in Den Bosch;
1/2 mud rog aan Jan die Greve;
1/2 mud rog aan Jan Berijs, nu Geertruijt voornoemd.)

1227 f.389v 22 maart 1457 n.st.
Willem Willem Wijtman Grieten soen man van Engelberen Hubert Peter Hubert Wijten heeft opgedragen aan Jan Hubert Peter Hubert Wijten huis, erf, hof en 1 1/2 mudzaad bouwland in Udenhout tussen een straat en de verkrijger, strekkende van de verkrijger tot Henrick Stevens vander Amervoert;
17 lopense land en wei; en de helft van 10 lopen bouwland "die Crommenacker".
(Willem had dat verkregen bij een deling tegen Jan Hubert Peter Hubert Wijten
(lasten: samen 6 mud en 7 lopen rog; en 1/2 mud rog aan Claes van Stralen)

1230 315v 24 mei 1460
Wouter Engberst vanden Hezeacker heeft opgedragen aan zijn zoon Engbert zijn tocht in huis, erf, hof en aangelag in Udenhout aan die Cruijsstraet tussen Jan Stert en Hubert Steenwech;
alsmede in een wei aldaar.
(Wouter had die ene helft verkregen van Willem, Aert en Mechtelt, kinderen van wijlen Peter Brock;
Jan, Peter en Heilwich, kinderen van wijlen Jan Verkijnder;
Geertruijt, weduwe van Jan vander Amervoert en haar dochter Lijsbeth;
Peter, Lambert en Jan, zonen van wijlen Goijart Brocken;
Claes Appels, man van Katherijn Goijart Brocken;
Gerit Eelkens, man van Johanna Goijart Brocken;
Engel en Katherijn, dochters van wijlen Peter Peters Brocken;
Peter Aelberts van Essche man van Aleijt Peter Peter Brocken;
Jan die Groet, man van Geertruij Peter Peter Brocken;
Claes vanden Dael, man van Heilwich Peter Peter Brocken;
en de andere helft van een zoon (onleesbaar) van Laureijns die Vrieze;
Lijsbeth Willems die Writer;
Claes Appels;
Wouter Peter Poijnenborch;
Willem en Jan zonen van wijlen Jan die Writer;
Mathijs Henrix Lepelleer;
Peter en Jan, zonen van wijlen Wouter die Vrieze zoon van wijlen Jan Weijndelmoeden;
Jan Aerts Scheenken, man van Luijtgart Jan Weijndelmoeden;
Jan, Elijas, Laureijs en Gijb, zonen van wijlen Laureijns Vannij;
Aert van Laerhoven, man van Geertruijt Laureijns Vannij;
Aert Bruijstens, man van Lijsbeth Laureijns Vannij;
Laureijns Willem Laureijnsen soen;
Willem Dirx Coppen soen en Wouter Henrix Toijt Vannijssoen

1245 f.121 9 juli 1476
Jan zoon van wijlen Jan Hapaert verhuurt voor 7 jaar aan Jan Meeuss vander Amervoert 48 buunder beemden geheten "die Strijthoeve" in Udenhout vanaf lichtmis a.s.
om 136 peters, te betalen half op lichtmis en half op 1 mei, in de eerste 6 jaren en geheel op lichtmis in het 7de jaar.

Jan v.d. A en zijn zonen Aert, Jan en Anthonis beloven de huur in Antwerpen te betalen. Jan Hapaert zal elk jaar voor een tabbaert 2 peters korten. Het schaarhout mag alleen in het laatste jaar gehakt worden.

1252 f.449v 20 februari 1483 n.s.t
Aert Coelen Henrixs, rentmeester van jonker Wessel van Boetselaer, heer van Asperen en Doerne, verpacht voor 6 jaar aan Henrick Stevens vander Amervoert en diens zoon Peter: een hoeve (van voornoemde jonker) in Udenhout (behalve de houtwassen) om 8 rijnsgulden te betalen op Philippus en Jacobus.
(en de lasten:
4 1/2 peter grondcijnzen deels aan Goijart van Kuijck; 8 mud rog aan Aert Pels;
3 mud rog aan St. Geertruitsklooster, Den Bosch;
1 mud rog aan Gerit vanden Broeck)
De pachters moeten 6 vimmen stro leveren om te dekken.
De pachters beloven aan Aert of aan toonder 60 1/2 peters te betalen op Philippus en Jacobus over drie jaar.

1253 f.5 24 oktober 1483
Adriaen Janss Hapart, gemachtigd door Lodewijck Janss Hapart in een antwerpse brief, verhuurt voor 7 jaar aan Jan Meeuss vander Amervoert 48 buunder beemd geheten die Strijthoeve, Udenhout bij die Cruijsstraet met houtwas en schaerhout om 136 peters, te betalen jaarlijks half op lichtmis, half op 1 mei en te leveren in antwerpen. De huurder mag het schaarhout alleen in het laatste jaar hakken.

1261 f.9 12 juli 1492
Lodewijck zoon wijlen Jan Janss Happart verhuurt voor 6 jaar aan Anthonis Jan Meeuss vander Amervoirt 48 buunder beemd "die Strijthoeve" in Udenhout bij die Cruijstraet met schaerhout daarop, vanaf Lichtmis j.l. om 136 peters, te betalen half op Lichtmis, half op 1 mei, en te leveren in Antwerpen.
De huurder moet om het ander jaar een tabbart geven aan Lodewijck. In het laatste jaar mag de huurder het schaarhout hakken.